Help Netwerkinstallatie
Normaal wijst uw draadloze router automatisch een IP-adres (DHCP addressing) toe aan alle apparaten op uw lokaal draadloos netwerk.
Als u uw eigen IP-adres wilt gebruiken doet u het volgende:
Maak een IP-adres aan voor uw printer.
De indeling van het IP-adres van uw printer moet overeenstemmen met de indeling van het gateway-adres van uw router. De eerste drie nummerdelen van beide adressen moeten dezelfde zijn, enkel het laatste getal moet uniek zijn. Raadpleeg de documentatie bij uw router of neem contact op met de fabrikant van de router voor het gateway-adres van uw router.
Elk apparaat op uw draadloos netwerk moet een uniek IP-adres hebben.
Uw IP-adres moet binnen het bereik liggen dat door uw router is vastgelegd. Raadpleeg de documentatie bij uw router of neem contact op met de fabrikant van uw router voor het beschikbare bereik.
Bijvoorbeeld:
|
Gateway-adres router |
192.168.1.1 |
|
IP-adres apparaat 1 |
192.168.1.100 |
|
IP-adres apparaat 2 |
192.168.1.101 |
|
Het IP-adres van uw printer |
192.168.1.102 |
In het veld IP-adres typt u het door u aangemaakte IP-adres voor de printer.
In het veld Subnetwerkmasker voert u 255.255.255.0 in, tenzij u de standaardinstelling hebt aangepast.
In het veld Gateway voert u het gateway-adres in van uw draadloze router.
Selecteer Doorgaan om deze waarden op te slaan in de printer.
Indien u onbedoeld het scherm "Geavanceerde printerinstellingen" opende, klikt u op "Terug" om terug te keren naar het vorige scherm.
© Hewlett-Packard Development Company, L.P.